De Alexandertechniek: naar een evenwicht in vrijheid

 Alle leven bestaat uit het oplossen van problemen, zegt Karl Popper. Men zou ook kunnen stellen dat alle leven een antwoord op een stimulus is: dat alleen hij die reageert, leeft.

Daaruit volgt dat, indien men zou moeten leren leven, men zou moeten leren reageren, of ten minste bewust worden van de manier waarop men reageert, begrijpen waarom men op die manier reageert, en dan leren bewust te reageren en niet automatisch.

Dat is wat de Alexandertechniek ons te bieden heeft.

Frederick Matthias Alexander (1869-1955), een Australisch acteur, ontwikkelde zijn onderzoek gedurende het laatste kwart van de 19e eeuw. In zijn vak moest hij vaak als solist voordragen, en steeds vaker verloor hij zijn stem op het podium. De traditionele geneesmethoden brachten slechts een tijdelijke verbetering. Na de vaststelling dat zijn heesheid wellicht werd voortgebracht door iets wat hij deed, begon hij zichzelf zeer aandachtig te observeren met behulp van spiegels. Dit was het begin van een langdurige en onvermoeibare zoektocht die zeer snel het domein van de stem oversteeg en hem toeliet om de fundamentele principes van het gebruik van het zelf te ontwikkelen.

Hij ontdekte inderdaad dat het een verkeerd gebruik was dat nefaste gevolgen had op zijn functioneren, en dat gebruik was zowel mentaal als fysiek. Hij realiseerde zich dat hij in de totaliteit moest werken - de totaliteit van het wezen van de mens, waarbij lichaam en geest niet te scheiden zijn, en in de totaliteit van het lichaam waarvan de delen (beenderen, spieren, gewrichten,...) onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.

Wij zijn uitgerust met een skelet- en spierstelsel dat ons toelaat om zonder veel moeite recht te staan, te stappen, te ademen, etc... en de zwaartekracht helpt ons hierbij. Ver van een vijand te zijn, is zij onze belangrijkste bondgenoot. De reflexmatige reacties die ons toelaten rechtop te staan en onze houding aanpassen, zijn ervan afhankelijk.

F.M. Alexander realiseerde zich in welke mate wij - vaak blindelings - geleid worden door onze gewoonten. Ze dicteren onze manier van reageren, van bewegen, van stappen, van ademen, van denken, kortweg van leven. Onder invloed van deze gewoonten, die vaak schadelijk en oncontroleerbaar zijn, interfereren wij met het prachtige aanpassingssysteem waarmee wij begiftigd zijn. Indien men een werktuig gebruikt zonder de gebruiksaanwijzing te respecteren, lijkt het ons logisch dat het steeds minder goed zal functioneren, en dat het uiteindelijk zal stukgaan. Is het dan verwonderlijk dat wijzelf, bij verkeerd gebruik, onszelf beschadigen?

F.M. Alexander werd er zich ook van bewust dat zijn zintuiglijke beoordeling niet steeds betrouwbaar was. De bewegingszin, zoals de andere zintuigen, was niet altijd onfeilbaar. Hij bemerkte dat een beweging als ‘juist’ werd beoordeeld als het een vertrouwde beweging was.

In de loop van zijn onderzoek moest hij dus in het onbekende en het ongewone duiken, in hetgeen hij eerst als foutief aanvoelde, om daarna te komen tot de juiste, efficiënte beweging.

Hoe is Alexander dan verdergegaan om het juiste gebruik te vinden?

Hij hield ervan om te herhalen dat het juiste uit zichzelf gebeurt, the right thing does itself. Hij ontdekte dat, om een goede coördinatie te hervinden, het tot niets leidt om te trachten een beweging te ‘verbeteren’ door er een andere voor in de plaats te stellen, maar dat men eerder een overbodige productie van bewegingen die de coördinatie belemmeren, dient te vermijden. Hij besloot om te weigeren om op een ondoordachte wijze te antwoorden op stimuli, om niet langer met gebogen hoofd zich op het doel te storten zonder na te denken over de manier waarop. Hij nam zich voor om zichzelf tijd te gunnen, een ogenblik te stoppen tussen de stimulus en de respons, om dan op een bewuste en weloverwogen wijze te handelen.

Dit proces staat centraal in de Alexandertechniek. Verhinder dat het verkeerde gebeurt, en het juiste gebeurt uit zichzelf. Dit is geen onderdrukking of onthouding, wel een heel positieve activiteit die de actie toelaat. Aldus heeft Alexander voorvoeld wat later ontdekt werd: namelijk dat het zenuwstelsel exciterende en inhiberende elementen bevat, beide noodzakelijk om een gecontroleerde beweging goed te kunnen uitvoeren.

U zult al begrepen hebben dat, waar het meest naar gedongen wordt tijdens een les in de Alexandertechniek (en tussen de lessen door natuurlijk), de gedachte is. Het is het denken dat ons toelaat de hinderlijke gewoontebeweging te onderbreken; het is de gedachte die doorheen heel het lichaam de richtingen projecteert, die verbonden zijn met een juist gebruik.

U ziet het, er wordt een actieve participatie van de leerling gevraagd. Zonder zijn medewerking kan er geen enkele duurzame verandering bekomen worden. De Alexandertechniek is geen therapie, maar wel een leerschool. De leerlingen zijn geen ‘patiënten’ (alhoewel een dosis ‘geduld’ hen zeker van nut zal zijn om de verschillende stappen van bewustzijn en verandering te doorlopen).

De Alexandertechniek leert ons dus om anders te reageren, om een goede neuro-musculaire coördinatie te hervinden, om een betrouwbare zintuiglijke beoordeling te verwerven…

Wat brengt de Alexandertechniek ons nog meer?

Evenwicht, vrijheid, afstand, aanwezigheid... een goed gebruik van ons psycho-fysiek wezen heeft vele en diepgaande gevolgen. Terwijl we leren onze mechanismen goed te gebruiken, terwijl we ervoor kiezen om de zwaartekracht - en de reflex-systemen die hieraan beantwoorden in ons lichaam - te laten werken, hervinden we een evenwicht in vrijheid, een evenwicht dat niet strak is en met geblokkeerde spieren, maar een onstabiel evenwicht dat zich aanpast aan de minste verandering. Een evenwicht dat nooit verworven, maar steeds in wording is. Een voortdurend worden - zeer sterk in het nu.

Op deze wijze leert de Alexandertechniek ons aanwezig te zijn, hier te zijn, te leven in het ogenblik, zonder zich steeds op de toekomst te richten of met nostalgie of spijt naar het verleden terug te kijken of naar hetgeen had kunnen zijn. Ik heb in mijn hoofd het beeld van een evenwichtskunstenaar. Het zou me verwonderen dat hij, daarboven op zijn koord, zou denken aan gisteren of aan morgen of zelfs zou twijfelen. Hij moet intensief denken aan het heden, niet in de zin van nadenken of piekeren, maar denken in zijn lichaam, opgaan in het hart van de actie.

Deze graad van aanwezigheid creëert afstand en leert om ruimte te creëren voor zichzelf en voor de anderen. Het lijkt paradoxaal maar die ruimte is onmisbaar voor een echte uitwisseling (indien uitwisseling begrepen wordt als ‘een evenwicht’ tussen geven en nemen). Deze afstand is het teken van respect.

Deze afstand, dit evenwicht, is onafscheidelijk verbonden met een zekere vrijheid. Niet langer slaaf van mijn gewoonten (en deze gewoonten zijn in feite de automatische antwoorden die vaak gedicteerd worden door het verlangen goed te doen, en zijn tegenhanger, de angst om fouten te maken, of door stress, of door de angst om te vallen, of nog andere angsten), ben ik vrij om mijn antwoorden te kiezen.

Ik leer mezelf tijd te geven. Walter Carrington, die de assistent was van F.M. Alexander en nog steeds lesgeeft in Londen, schreef: jij bent de enige persoon die jezelf tijd kan geven. Deze zin klinkt mij dikwijls in de oren, you’re the only person who can give yourself time. Dit is fundamenteel. Leren tijd nemen.

Aanwezigheid, afstand, vrijheid, brengen ons dichter bij een neutrale toestand. Ons vrijmakend van onze verkeerde gewoonten, werken wij om ‘een functioneel nulpunt' te vinden, een gepaste spanning, een sereen antwoord op de zwaartekracht. Vanuit deze neutraliteit zijn we vrij om te antwoorden op elk verzoek, om ons aan te passen aan elke situatie.

Men kan begrijpen dat het vooral de acteurs en dansers zijn die de voordelen van het aanleren van de Alexandertechniek erkend hebben.

Zijn immers de graad van aanwezigheid, de ‘neutraliteit’ en de vrijheid voor hen niet onontbeerlijk - zoals het witte blad voor de schrijver - om hun rollen te kunnen creëren, om te schrijven, te interpreteren, bewegingen en expressiviteit te ontwerpen, en dit alles vanuit een bewuste keuze?

© Claire Destrée, 1998

___________________________________________________________________________________________________________

Vertaling van La Technique Alexander: vers un équilibre en liberté, Claire Destrée
Voor het eerst gepubliceerd in: Les cahiers de la bellone, nr. 9, 1998, p. 11-14.

Bibliografie

F.M. ALEXANDER, The Use of the Self, London, 1932 ; L'Usage de Soi (trad. par E. Lefebvre), Bruxelles, Contredanse, 1996.

F.M. ALEXANDER, Constructive Conscious Control of the Individual, London, (Methuen & Co, 1923), V. Gollancz, 1992.

W. CARRINGTON, Thinking aloud. Talks on teaching the Alexander Technique (ed. by Jerry Sontag), San Francisco, Mornum Time Press, 1994.

Karl POPPER, Toute vie est résolution de problèmes, Actes Sud, 1997.

© Centre Alexander, 2003