Die arme rug !

Rugproblemen, rugpijn en rugklachten: men hoort er steeds vaker over. De cijfers liegen er dan ook niet om: 80 % van de bevolking kent in zijn leven één of meerdere perioden van lage rugpijn. De problemen beginnen ook op steeds jongere leeftijd. Sommige onderzoekers noteerden klachten bij 60% van de ondervraagde 14-jarigen. Volgens de door het Riziv gepubliceerde cijfers over de arbeidsongeschiktheid, blijkt 25% van de oorzaken van blijvende arbeidsongeschiktheid te wijten aan ziekten van het bewegingsstelsel en het bindweefsel.
We beschikken allemaal over een ingenieus stelsel van beenderen, spieren en gewrichten, dat een enorme verscheidenheid aan beweging toelaat, en over een stel hersenen om hiermee op constructieve wijze om te gaan. Maar toch blijkt er iets grondig mis te zijn met de manier waarop we dat doen. Hoe komt dat? Kennen we ons eigen lichaam dan zo slecht? Weten we niet hoe we op een gezonde manier kunnen bewegen?

Kennis is uiteraard niet de enige determinant voor gezonde beweging, toch mogen we aannemen dat correcte informatie over hoe ons lichaam in elkaar zit en hoe het werkt een belangrijke voorwaarde is om aan voorlichting ter preventie van rugklachten te doen. Welk deel van ons lichaam gebruiken we voor welke activiteit? Wat is de functie van de beenderen, de spieren, de gewrichten? Met deze vragen in het achterhoofd namen we het voorlichtingsmateriaal over de preventie van rugklachten, dat ter beschikking is in de VIG-documentatiedienst, door. Een, helaas, weinig opwekkende analyse.

Skelet

Er wordt in elke publicatie veel aandacht besteedt aan de wervelkolom als de centrale steun van het lichaam. Dit wordt geïllustreerd met een tekening van de wervelkolom in een menselijk lichaam. Deze tekening is helaas niet correct, en dat is erg jammer, want beelden spreken de lezer aan en trekken meer de aandacht dan de tekst.
Op alle tekeningen zien we een wervelkolom die loopt van de ‘staart’ tot aan het hoofd (correct), maar het gewricht tussen het hoofd en de bovenste wervel (de atlas) wordt veel te ver naar achter gesitueerd. Iedereen die al eens een schedel ter hand genomen heeft, weet dat de opening in de schedel waardoor het ruggenmerg verbonden is met de hersenen (foramen magnum), zich ongeveer in het midden van het hoofd bevindt, ongeveer ter hoogte van de oren. Langs de voorste zijkanten van die opening rust en beweegt het hoofd op de atlas en dus op de wervelkolom.

De fout in de tekeningen is niet triviaal, ze heeft praktische gevolgen voor de manier waarop mensen hun hoofd gebruiken. Het hoofd is immers een aanzienlijk gewicht (en geen ballon!) dat het evenwicht beïnvloedt. De foutieve tekeningen suggereren dat het gewicht van het hoofd veel zwaarder is vóór het gewricht dan in werkelijkheid het geval is – en dit heeft tot gevolg dat de spieren in de nek onnodig samengetrokken worden om het hoofd recht te houden. Met andere woorden, men gebruikt spieren voor niet-bestaande doeleinden.

Hoe kan het dat álle brochures en didactisch materiaal hier in de fout gaan? Een analyse van de bibliografieën en de verantwoording van de tekeningen wijst uit dat teruggegrepen wordt naar dezelfde bronnen, waarbij gekopieerd werd van schematische en niet van correcte anatomische tekeningen. De gegevens werden overgenomen zonder controle op hun juistheid. Een gevaarlijke procedure!

De tussenwervelschijven

De verandering in de belasting van de tussenwervelschijven in verschillende houdingen, zoals beschreven in het artikel van Alf L. Nachemson ‘The lumbar spine: an orthopaedic challenge ‘ (1976), komt in bijna elke publicatie voor. Hier worden de tekeningen overgenomen uit het oorspronkelijke artikel, maar hoe! Enkele voorbeelden:

  • Nachemson tekent een figuur die op zijn rug ligt met gestrekte benen – de ‘betere’ versie toont de figuur met gebogen knieën;
  • de figuur in zijlig bij Nachemson wordt nu van een hoofdkussentje voorzien, en ligt met de benen opgetrokken;
  • de gekromd zittende figuur en de zittende figuur die een gewicht torst, hebben in een ‘verbeterde’ versie het hoofd naar achter getrokken;
  • de figuur die met gestrekte benen vanuit het heupgewricht en met rechte rug vooroverbuigt terwijl hij een gewicht torst, krijgt in de ene brochure een doorgezakte rug, in twee andere wordt zijn hoofd achterovergetrokken, en een keer heft hij een gewicht;

Dit kan dus niet. Als we ervan uitgaan dat Nachemson zijn vak kende, dan moeten zijn illustraties en de gegevens die erbij horen ofwel samen correct geciteerd worden, ofwel niet.
Het ziet er niet naar uit dat de betrokken organisaties wijzigingen aanbrachten omdat ze het beter wisten dan Nachemson; de echte oorzaak van de fouten ligt wellicht bij een gebrek aan anatomische kennis. Is men er zich van bewust dat een doorgezakte rug of gebogen knieën of een achterovergetrokken hoofd een heel andere druk op de wervelkolom veroorzaken?

Spieren

In het onderzochte materiaal worden de spieren nauwelijks behandeld. Op een uitzondering na wordt er maximum één paragraaf gewijd aan spieren en ligamenten. Nergens is er iets te vinden over wat spieren zijn, over de werking van spieren, over hoe ze op hun best functioneren, over de samenwerking tussen spiergroepen. Tenzij in één brochure waar spieren vergeleken worden met stalen kabels!

Dit gebrek aan informatie over spieren komt eigenaardig over. Zoveel aandacht voor de tussenwervelschijven en de wervels, maar niet voor de spieren die er aan vastgehecht zijn. Nochtans is de wervelkolom zonder de spieren en ligamenten absoluut geen stevige steun voor het lichaam.

Aan de wervels zijn o.m. volgende spieren gehecht : spieren tussen het hoofd en de atlas, tussen de wervels onderling, tussen ribben en wervels, tussen het achterhoofd en de wervels, tussen het sleutelbeen en de wervels, tussen het schouderblad en de wervels, tussen de bovenarm en de wervels, tussen dijbeen en wervels. Dit zijn de direct met de wervelkolom verbonden spieren. Belangrijk hierbij is de praktische implicatie, namelijk, dat door de verbinding van al deze spieren met de wervelkolom, het gebruik van hoofd, armen, benen, schouders en bekken een al dan niet gezonde invloed uitoefent op de wervelkolom. M.a.w. rugproblemen zijn geen zaak van de rug alleen, maar van het hoofd, de rug, de voorkant van het lichaam, de schoudergordel, het bekken én van de ledematen.

Gewrichten

Ook de gewrichten worden nauwelijks behandeld in het onderzochte voorlichtingsmateriaal. Nochtans spelen zij een heel belangrijke rol bij beweging. Er wordt wél ingegaan op de gewrichten tussen de wervels om aan te tonen hoe soepel de wervelkolom is; nochtans zijn deze gewrichten niet geschikt voor grote bewegingen, enkel voor kleinere aanpassingen. Voor grote bewegingen beschikken we over de gewrichten in enkel, knie, heup, pols, elleboog, schouder en hoofd. Volledig imaginair wordt vaak een gewricht getekend in de lendenen! Het houten poppetje dat in de tekenlessen gebruikt wordt, geeft ons een beeld van ons lichaam dat problemen veroorzaakt. Het suggereert immers dat die plaats geschikt is voor grote bewegingen. We leren onze kinderen aan om een goede houding te hebben, met recht rug, en tonen tegelijkertijd een rug in twee stukken. En dat is niet erg consequent.

Verkeerde aanbevelingen

Naast de reeds aangehaalde fouten in tekeningen en in citaties, worden de adviezen zelfs gevaarlijk bij de getoonde foto’s van ‘goede houdingen’. Een bloemlezing van fouten:

  • een gewicht heffen vanuit hurkzit waarbij de voeten niet plat op de grond staan – m.a.w. men heft vanuit een positie van onevenwicht;
  • een gewicht heffen met achterovergetrokken hoofd – en dus verkorte spieren in de rug i.p.v. spieren die klaar zijn voor een krachtige beweging;
  • een gewicht heffen staande op één been, terwijl het andere been naar achter gestrekt moet worden als "tegengewicht" (dit advies wordt aan kinderen gegeven om hun boekentas in een autokoffer te zetten!);
  • de firma die de Tripp Trapp stoelen verkoopt, zal niet zo blij zijn met de foto van de jongen met gekruiste benen, elleboog op de dij, gekromde rug en achterovergetrokken hoofd;
  • een andere foto toont een jongetje zittend met hoog opgetrokken schouders;
  • er wordt aan kinderen aangeraden een voetbankje te gebruiken voor één voet bij het tandenpoetsen en wassen. Hier wordt preventief aangeraden (voor mensen zonder rugproblemen) wat iemand met veel rugpijn doet om zijn rug te ontlasten. Kinderen moeten hun rugspieren gebruiken en ontwikkelen, niet ontlasten, zoniet zullen ze binnen enkele jaren oefeningen moeten gaan doen om hun rug te versterken!

Conclusie

Rugproblemen kunnen alleen maar verergeren als we niet kritisch durven zijn voor hetgeen we aan de bevolking vertellen en tonen. Preventie werkt op lange termijn, en het zou spijtig zijn als we nu aan de kinderen zaken leren en tonen die juist rugproblemen veroorzaken en dit dan verkopen als ‘correct'. Uit het bestudeerde materiaal blijkt duidelijk dat er een groot gebrek aan bruikbare kennis is in onze sector over structuur, werking en gebruik van ons lichaam. Studie van degelijk bronnenmateriaal en correcte citaties zijn dan ook minimale vereisten vooraleer men brochures op de bevolking loslaat.

Geraadpleegde literatuur

  1. Sesam atlas van de anatomie, deel 1: bewegingsapparaat / onder red. van W. Kahle, H. Leonhardt en W. Platzer. – Baarn: Bosch & Keuning, 1998. – 17e dr. – 433 p.: ill. – 90-414-0252-7
  2. Spieren: tests en functies / F.P. Kendall and E.K. McCreary. – Houtem/Diegem: Bohn Stafleu Van Loghum, 1986. – 2de dr. – 330 p.: ill. – 90-313-0727-0
  3. Atlas of skeletal muscles / Robert J. en Judith A. Stone. – Boston: McGraw Hill, 2000. – 3th international edition. – 217 p. – 0-07-116992-X
  4. Gray’s Anatomy. – Edinburgh: Longman, 1973. – 35th edition
  5. Primary Anatomy / J.V. Basmajian. – Baltimore: Williams and Wilkins, 1976. – 7th edition. 405 p.: ill. – 0-683-00549-9
  6. The new Encyclopædia Britannica in 30 volumes, Macropædia, vol. 16. – 15th edition
  7. Cunningham’s Textbook of Anatomy / ed. by G.J. Romanes. – Oxford: University Press, 1964. – 10th ed.
  8. Denken en Bewegen / Elizabeth Langford. – Leuven: Garant, 2001. – 277 p.: ill. – 90-441-1162-0

© Monique Vanormelingen, 2000
Dit artikel verscheen eerder in Vigoureus (tijdschrift van het Vlaams Instituut voor Gezondheidspromotie, sept. 2000).