Verder denken over RSI

In de mens moeten de hersenen, voordat ze een instrument voor actie zijn,
een instrument voor de voorbereiding ervan zijn.
(Bronowski, The Ascent of Man)

Wanneer ik zit, ben ik NIET in een "positie" of "houding":  wel geef ik mezelf een set van mogelijke bewegingen; dit is zo of ik nu beweeg of niet. (Wanneer ik rechtsta, geef ik mezelf een andere set van mogelijke bewegingen.) Praten over "posities" kan verwarrend zijn. De mogelijkheden die ik mezelf bied, zijn afhankelijk van dynamische relaties in mij, en kunnen onzichtbaar zijn voor een niet-getraind oog. Niettemin, zij zijn reŽel..

Welke ook mijn ogenschijnlijke "positie" is, ik ben niet statisch. Mijn algemene tendens is ofwel in de richting van expansie, ofwel in de richting van eerder kleiner te worden. Het "kleiner worden" zal wellicht bepaalde spierspanningen met zich meebrengen; er zal ook een bepaalde hoeveelheid ontspanning mee betrokken zijn. Als ik kleiner wordt, zijn wellicht zowel de spanning als de ontspanning  misplaatst, en is dit wellicht te wijten aan misverstanden over hun aard.

Het is gewoonweg niet waar dat "spanning" slecht is en "ontspanning" goed. We hebben beide nodig, op de juiste manier verdeeld, altijd. Als er een juiste verdeling is – een die voortdurend verandert in overeenstemming met de eisen die aan het hele organisme gesteld worden – dan zal de rusteloze zoektocht naar ontspanning niet meer aanwezig zijn, want de noodzakelijke spanning zal niet oncomfortabel aanvoelen. In feite zal er wellicht niet veel te 'voelen' zijn.

Zulk een gezegende toestand komt men, helaas, nog zelden tegen in de hedendaagse westerse volwassenen. En nog minder in bepaalde beroepen waar de nood voor openlijk zichtbare beweging minimaal is. Dit verhoogt de nood aan een intelligente voorbereiding om aan de vereisten van een bepaalde taak tegemoet te komen. Het kan nodig zijn dat u moet nadenken over zaken die u voorheen nooit geÔnteresseerd hebben. U zou tot de vaststelling kunnen komen dat u dingen kan leren die u nooit voorheen geprobeerd heeft te begrijpen. Waarom ook niet?

Als u voelt dat u in uw soort werk het risico loopt om een skeletspierprobleem te krijgen – bijvoorbeeld in uw handen – dan is er in elk geval een probleem van hoe uw handen ondersteund worden. Een stoel kan u ondersteunen, in de zin van u niet op de vloer te laten vallen. Maar de werkelijke steun, die zorgt voor al uw behoeften, wordt niet gevonden in wat voor stoel dan ook, hoe goed ook ontworpen, hoe duur hij ook is. Werkelijke steun heeft in uzelf plaats, in uw wezen, in de manier waarop u uzelf gebruikt, in de manier waarop u beweging begrijpt. Beweging omvat wensen en beslissingen. Dit zeggen is ook zeggen dat uw gedachte, uw begrijpen en uw fysieke toestand onverbreekbaar verstrengeld zijn, op elk moment.

Absolute onbeweeglijkheid bestaat niet: ofwel bent u een heel klein beetje groter aan het worden, of een heel klein beetje kleiner, over uw hele lichaam. Als uw idee van "stilzitten" betekent dat u krimpt, als uw idee van een stoel iets is om op ineen te zakken, zal geen enkele stoel lang comfortabel zijn. Ik wens er wel de aandacht op te vestigen dat ik niet adviseer om grote inspanningen te leveren om "rechtop te zitten". Zitten zou, als het goed gedaan wordt, niet vermoeiend mogen zijn! Net zoals andere vaardigheden kan het aangeleerd worden, en u kunt het leren indien u dat wenst.

© Elizabeth Langford, 2002